Bulletin 01-2013 Wijziging reglement ORR

ARTIKEL 6: AANDRIJVING EN CARROSSERIE

6.1 Motor

…………

Begrenzer (benzinemotoren met normale luchtaanzuiging)

Alle benzinemotoren met normale luchtaanzuiging moeten zijn uitgerust met een lucht begrenzer. Met uitsluitend als doel de verplichte begrenzer te bevestigen, mag de buis tussen het filter and en de vlinderklep gemodificeerd worden.

Het mag niet mogelijk zijn om de begrenzer te verwijderen zonder gebruik van gereedschap. Voor motoren met meer dan twee kleppen per cilinder moet de luchtinlaat voorzien zijn van een lucht begrenzer van tenminste 3 mm lang en met een maximum interne (d) diameter van:

‐ 32 mm voor voertuigen tot 4000 cm3

‐ 35 mm voor voertuigen tot 6000 cm3

‐ 38 mm voor voertuigen boven 6000 cm3

55 mm.

Voor motoren met twee kleppen per cilinder en roterende zuigermotoren

, pas de volgende formule toe:

Het resultaat moet omhoog afgerond worden naar de

dichtstbijzijnde 0,1 mm.

Het resultaat moet omhoog afgerond worden naar de

dichtstbijzijnde 0,1 mm

70 mm.

De diameter moet aan de afmetingen voldoen ongeacht de temperatuur condities.

Alle lucht die benodigd is om de motor te voeden moet door de luchtbegrenzer worden geleid. De luchtbegrenzer moet vervaardigd zijn van metaal of een metaal legering.

De luchtbegrenzer moet geplaatst zijn tussen het luchtfilter systeem en het inlaatspruitstuk. De

luchtbegrenzer moet vervaardigd zijn uit één enkel stuk materiaal en mag doorboord zijn enkel voor de doelstelling voor monteren en zegelen. Het zegelen dient te gebeuren tussen de montage schroeven. Het zegel moet zichtbaar zijn, eenvoudig te inspecteren zonder het gebruik van gereedschap en eenvoudig aan te brengen.

De leiding tussen de luchtbegrenzer en de motor moet luchtdicht zijn zodanig dat als de luchtbegrenzer

geblokkeerd is de motor zal afslaan.

Het is toegestaan om twee luchtbegrenzers te gebruiken op voorwaarde dat de diameter die normaal gebruikt zou worden voor één luchtbegrenzer gedeeld wordt door 1,4142. De externe diameter van de luchtbegrenzer op het smalste punt moet minder zijn dan (d) + 6 mm en moet gehandhaafd blijven over een lengte van 5 mm aan elke zijde.

Luchtbegrenzer (Dieselmotoren met drukvulling) Alle dieselmotoren met drukvulling moeten zijn uitgerust

met een luchtbegrenzer bevestigd aan de compressorbehuizing. Alle lucht die benodigd is om de

motor te voeden moet door de luchtbegrenzer worden geleid en moet voldoen aan de hieronder staande eisen:

De maximale interne diameter (d) van de luchtbegrenzer is:

‐ 39 mm voor motoren tot en met 5000 cm3

‐ 43 mm voor motoren boven 5000 cm3 en tot en met 6000 cm3

‐ 46 mm voor motoren boven 6000 cm3

42 mm.

Deze diameter moet gehandhaafd blijven over een minimum lengte van 3 mm gemeten stroomafwaarts op het vlak haaks op de roterende as gesitueerd op een maximum van 50 mm stroomopwaarts van een vlak passerend door de meest stroomopwaarts extremiteiten van de wielbladen (zie tekening 254‐4).

…………